Mont Blanc – Naar het hoogste punt van West-Europa

Dag 1: Naar de Refuge de Tête Rousse

3167m – woensdag 26 juni 2013

Drie dagen voor de klimcursus begon had ik een afspraak voor een tandemvlucht parapente. Mijn instructeur Sean bracht me naar Le Prarion nabij les Houches. Mijn oorspronkelijke vlucht vanaf de Aguille de Midi ging namelijk niet door aangezien er een hevige wind in Chamonix heerste. Wat verder in de vallei kan die wind een pak minder zijn, en dus zou een tandemvlucht vanaf een andere locatie wel kunnen doorgaan. Als we richting de télécabine du Prarion reden wees Sean naar een rookpluim wat verderop. “Voorbije nacht is een restaurant afgebrand. De eigenaar was een vriend van me.” Toen ik na de vlucht te voet richting les Houches wandelde om er de bus terug te nemen passeerde ik aan het afgebrande restaurant. De brandweer van Chamonix was nog steeds aan het nablussen. Op dat moment echter had ik nooit verwacht dat diezelfde brand nog een gevolg zou krijgen voor onze Mont Blanc beklimming een week later.P1010592

Drie dagen later, een dag voor de beklimming van de Gran Paradiso ontmoetten we in een chalet in Chamonix onze teamgenoten. Die avond zou onze gids Christian een presentatie geven over wat ons allemaal tijdens de cursus te wachten stond. De Mont Blanc-beklimming begint met de Tramway du Mont Blanc, een treintje die ons vanaf Bellevue tot Nidd’Aigle moet brengen. Door de brand echter is de kabel van de Bellevue kabellift beschadigd geraakt. Wat de gevolgen zouden zijn moesten we afwachten. Nog eens vier dagen later, de eerste dag van onze Mont Blanc-klim blijkt dat we de kabellift niet kunnen nemen. We moeten ‘s morgens dan ook naar het beginstation van de Tramway du Mont Blanc in Le Fayet. De trein neemt ons ook niet mee tot Nidd’Aigle. Door herstellingswerken gaat hij niet verder dan het Bellevue station op 1794m, de halte waar we normaal gezien pas op de trein stappen die ons daarna zo’n 600 hoogtemeters hoger moet brengen. Het enige alternatief: de normaal gezien drie uur durende hike naar de Refuge de Tête Rousse beginnen vanaf Bellevue… Het betekent dat de klim een stuk langer en zwaarder wordt dan verwacht. Door de late sneeuwval de voorbije winter, is de sneeuwgrens een pak lager dan normale jaren.

P1010624

Het tempo naar de hut waarin we komende nacht zullen overnachten ligt dan ook niet zo hoog. Een dikke mist zorgt ervoor dat we vaak niet echt veel zicht hebben op het panorama. Toch verschijnen er af en toe stukken van het bergmassief of de seracs van een gigantische gletsjer. Laat in de namiddag komen we aan in de Refuge de Tête Rousse. Vermoeid plaatsen we ons in de eetzaal waar we nog iets eten en drinken om terug op krachten te komen. Steve, één van onze teamleden, vraagt of er nog mensen zijn die al wat last hebben van de vermoeidheid. De één vreest last te hebben tijdens de summitbid morgen door pijnlijke schouders, de ander door pijnlijke dijen.. “En jullie?”, richten ze ons tot Ruben en ikzelf. Pijnlijke spieren of last van de hoogte hebben we nog niet. En onze vermoeidheid verwachten we van hersteld te zijn na een goede nachtrust. “Gewoon onbekwaamheid.”, antwoord ik op de vraag waar wij last van zouden hebben morgen. De groep lacht. Inmiddels hadden we al een bepaalde reputatie opgebouwd in de groep. Niet alleen omdat we veruit de jongsten zijn, maar ook omdat we altijd problemen hebben met ons materiaal. En die reputatie hebben we niet alleen bij ons teamgenoten, maar ook bij de gidsen zelf. Dat blijkt wanneer de teams worden verdeeld. Na alle teams te hebben verdeeld komt Christian, onze Franse gids bij ons uit. “En dan die twee.”, had hij gezegd terwijl hij zijn vuist in zijn handpalm drukte om nog maar eens te verwijzen naar wat hij al had doorgestaan met ons. “Les Belges.” Verbazingwekkend (al had ik het zelf voelen aankomen) kiest Christian voor de Mont Blanc wel net Ruben en ikzelf uit. Ondanks de ‘problemen’ die we hadden bij de start van onze summit bid op de Gran Paradiso. Tijdens onze summitbid op de Mont Blanc zou hij wel nog zeggen dat hij voor ons koos, omdat hij zag dat we wel over een goede conditie beschikken en karakter hebben en dat het wel wat wil zeggen als je de Kilimanjaro ook al hebt behaald.

P1010626

Tijdens de briefing ‘s avonds volgt er een domper op de goede sfeer die de laatste dagen was ontstaan in de groep. Het weerbericht voor de komende dagen belooft niet veel goeds. Morgen zou er slecht weer verwacht worden boven de Mont Blanc. En dat tot zaterdag. Dus ook onze reservedag die we hebben voor het slechte weer kan ons niet helpen. Christian stelt voor om omstreeks 3u ‘s nachts al te vertrekken in plaats van 4u30. Het plan is om te klimmen naar Refuge du Goûter en daar te kijken of het nog loont om verder te klimmen.  Maar, zegt hij, de kans dat er morgen iemand de top effectief zal halen is zeer klein. Ieder team overlegt samen met hun gids de mogelijkheden van morgen. Eén team beslist om er morgen niet aan te beginnen. Te vermoeid. Ruben en ikzelf overleggen wat we zullen doen. Ook al steken er bij Ruben twijfels op of het wel nog waard is om echt te gaan voor de top. Bij mij overheerst er slechts één gevoel: ook al zijn de kansen klein, de Mont Blanc is een once in a life time voor ons, en dus wil ik er alles aan doen om toch nog een waterkansje te maken op de top. Aangezien het slechte weer pas rond de middag wordt verwacht, vraag ik Ruben of hij het niet ziet zitten om nog vroeger te vertrekken. Uiteindelijk leggen we ons idee voor aan Christian die ons morgen gidst. “Ik zal eens checken wanneer jullie ten vroegste kunnen ontbijten.”, zegt hij. “Om 1u15, klinkt dat goed?” Opnieuw mogen we ‘s nachts klimmen op een steile rotsformatie, de Aguille de Goûter, het moeilijkste stuk richting de top. Opnieuw mogen we klauteren in het donker. Misschien wordt het toch nog niet zo anders dan de Kilimanjaro.

P1010642

To the Summit of the Alps!

4810m – 27 juni 2013

Met in het achterhoofd dat we met een goed tempo kunnen klimmen als het moet en dat we van hoogteziekte vaak nooit iets voelen, geloof ik nog in een goede afloop. Ondanks het feit dat we amper geslapen hebben (te wijten aan het gesnurk van medeklimmers) komen we fris aan de ontbijttafel. We hebben ons voorgenomen op ruimschoots op tijd te beginnen met ons materiaal aan te trekken zodat we zeker op tijd kunnen vertrekken. Onze reputatie te spijt, zijn we bij het moment van de waarheid, de summit bid, heel gefocust op ons doel. Net als vorig jaar bij het vertrek aan Kibo Hut sta ik ondanks het gebrek aan slaap en rust helemaal gerecupereerd klaar voor wat het zwaarste moet zijn dat ons deze week te wachten stond. Geen vermoeidheid, geen faalangst maar wel vol zelfvertrouwen begin ik wat mijn grootste doel van dit kalenderjaar was: de top van de Mont Blanc halen. Amper vijf uur na onze briefing, om 2u30 am, beginnen we met onze klim op de Aguille de Goûter, een 700m hoge rotsformatie. Ook al waren we de enige van de vier groepen uit ons team die vroeger zouden vertrekken dan afgesproken, toch zijn we alsnog als laatste vertrokken vanuit de Refuge de Tête Rousse. Deze keer treft ons geen schuld, want onze gids was niet bepaald opgejaagd om te vertrekken. We zitten er niet mee in, want net als vorig jaar op de Kilimanjaro halen we al gauw de eerste klimmers in. Met onze koplamp op de helm klauteren we naar boven, telkens enkel ons volgende obstakel belichtend. Misschien is het best dat we niet te veel zien denken we nog, want vaak zitten er echt wel steile stukken tussen om te beklimmen. Al gauw komen we aan het beruchte ‘Grand Couloir’ op 3400 meter waar continu rotsblokken naar beneden vallen. Deze staat door de vele slachtoffers bekend als het gevaarlijkste stuk van de Mont Blanc beklimming. Niet alleen zijn de vallende rotsblokken een gevaar maar net door het risico om geraakt te worden zijn klimmers geneigd om constant naar boven te kijken of er al dan niet iets op hen afkomt, en verliezen ze oog voor het verraderlijk smalle pad waardoor ze hun evenwicht riskeren te verliezen en zo naar beneden vallen. Met Christian voorop zekeren we ons aan een kabel en schoven we aan om de grand couloir over te steken. Ik kijk naar boven om te zien of er iets zou vallen maar door de duisternis zie je niets. Christian begint net de eerste passen te zetten om over te steken als hij plots door een donderend geluid abrupt stopt. Enkele kleine rotsblokken vallen net voor hem naar beneden. Als we nog niet volledig wakker waren  bij het begin van de klim, dan is het hierna wel het geval.

P1010636

Twee uur en vijftien minuten duurt het vooraleer we de Goûter Hut bovenaan op de Aiguille bereiken. Nog vroeg in de ochtend en dus in het donker gaan we de hut binnen om wat van ons materiaal achter te laten. We eten en drinken wat in de inkomhal van de hut terwijl de klimmers die hier hun summitday starten nog slapen. We komen een ander team van onze groep tegen. Als we elkaar vragen hoe het tot nu toe gaat, klinkt het positief. “Als je last hebt van de kou hebt, neem een aspirientje.”, zegt Christian. We grijnzen naar onze teamgenoten. Onze gids Christian heeft de voorbije dagen al een reputatie opgebouwd met zijn aspirientjes. Hij gebruikte ze namelijk voor alles. Koude vingers of tenen, hoofdpijn, of soms neemt hij ze gewoon zonder reden maar uit voorzorg.

Terwijl de zon net opkomt vertrekken we vanuit de hut richting de Dome de Goûter, zo’n 500 meter lager dan de top. Ik kan het niet helpen maar iedere pas die ik zet voelt alsof het de laatste meters richting de top zijn. Het moeilijke deel is achter de rug, en ik zie steeds het beeld van zowel de Dome de Goûter als de Mont Blanc voor me. Hoe vlak ze leken vanuit Chamonix. Met het weer die nog steeds voordelig is geloof ik niet meer dat we de top niet zullen halen. Toch vrees ik nog wat voor Ruben. Hij oogt al wat vermoeid en met de weinige training die hij heeft gehad, vrees ik dat hij zijn klop nog krijgt. Een vrees die kracht wordt bijgezet als hij tijdens een pauze laat weten dat hij zich opnieuw niet goed voelt in zijn maag. “Als je je ziek voelt, neem een aspirientje.”, zegt Christian tegen Ruben. “Of beter nog: laten we er allemaal een nemen.”, juicht hij, terwijl hij al zijn doosje uit zijn rugzak haalt. Een déjà-vu moment steekt op. Ik raad hem aan een energy-gel te eten. Opnieuw klimmen we verder maar ik tob nog wat na over de rest van de klim. Het is nog zo’n vier uur klimmen naar de top en Ruben vertelde dat hij al zwaar vermoeid is sinds we de Goûter hut verlieten. Uiteindelijk halen we de top van de Dome de Goûter. ‘Nog twee uur klimmen.’, vertelt Christian. ‘We gaan het halen.’, denk ik nog. Ik voel me nog fris, ondanks het feit dat we al bijna zes uur aan het klimmen zijn. De top lijkt binnen handbereik. Nog slechts vijfhonderd hoogtemeters. Ik denk al na over wat ik ga doen als ik op de top sta. Misschien bel ik straks naar een collega die ongetwijfeld vol spanning zit te wachten of ik de top al dan niet haal. Hoe tof zou het niet zijn om aan de telefoon te kunnen zeggen dat je op de Mont Blanc staat?

P1010637

Intussen begint de lucht bewolkt te worden. Het slechte weer is op komst. Opgeven doen we niet meer. Niet nu we zo dicht zijn. Ik blijf dat herhalen terwijl we het steeds lastiger krijgen om telkens de volgende stap te zetten. Ik heb me lang onvermoeid gevoeld, tot we een heel steil stuk van de bergkam omhoog moesten. Ik kijk naar links en zie de sneeuwflank diep naar beneden verdwijnen. Aan de rechterzijde hetzelfde. Intussen is er een hevige wind beginnen opsteken. De bergkam is zo steil dat we op handen en voeten naar boven klauteren, met de ice axe in de hand. Eens we boven op de bergkam zijn wordt het opnieuw een stuk minder steil. Ik kijk achterom en zie de groep die achter ons kwam niet meer. Later zou blijken dat één van de Britten van ons team een paniekaanval kreeg op de bergkam die we net hebben overwonnen. Het team was teruggekeerd daarna. Al slenterend gaan we verder richting de top. Ongelooflijk hoe ik op tien minuten tijd van onvermoeid in deze toestand ben verzeild geraakt. Het kan niet ver zijn. Aan opgeven denken we niet meer. Ik plaats mijn ene voet moeizaam voor de ander. Soms plaats ik hem te veel naast het pad in de diepe sneeuw dat is ontstaan door klimmers voor ons. Dan glijdt mijn voet weg langs de sneeuwflank en corrigeer ik in een reflex. Aandachtig blijven is de boodschap, want we bevinden ons opnieuw op een bergkam.De laatste. Aan de ene kant ligt Frankrijk met Chamonix, aan de andere Italië met Courmayeur. De bergkam wordt vlakker. Wat verder zien we het pad niet meer omhoog gaan. We hebben de top gehaald! Ineens verdwijnt de vermoeidheid en geniet ik van het panorama. Onze gids deelt ons high fives uit. Op de top ontmoeten we twee andere klimmers wiens foto we nemen, waarna zij die van ons nemen. Het is 9u50 am. We did it. Negen maanden na op het hoogste punt van Afrika gestaan te hebben staan we nu op het hoogste punt van West-Europa.

Advertisements

3 Comments on “Mont Blanc – Naar het hoogste punt van West-Europa

  1. Pingback: Walkers Haute Route – Chamonix naar Zermatt | An Adventurers Journal

  2. Pingback: Gran Paradiso – Een eerste alpiene ervaring | An Adventurers Journal

  3. Pingback: Chamonix – het Mekka voor avonturiers | An Adventurers Journal

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s

%d bloggers like this: